“Een traumapatiënt is meer dan zijn letsel”

Op 7 mei promoveert chirurg in opleiding en arts-onderzoeker Thymen Houwen op onderzoek naar herstel en kwaliteit van leven na een ongeval.
“Een traumapatiënt is meer dan zijn letsel”

Bij Netwerk Acute Zorg Brabant dragen arts-onderzoekers bij aan wetenschappelijke kennis die direct toepasbaar is in de praktijk. Op 7 mei zet Thymen Houwen daarin een belangrijke stap: hij promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op onderzoek naar herstel na trauma. Zijn boodschap is helder: “We kijken in de zorg nog te veel naar het letsel, en te weinig naar de mens daarachter.”

 

Van overleven naar verder leven

Thymen startte als arts-onderzoeker midden in de coronaperiode. Uit onderzoek bleek dat de focus in het meten van de kwaliteit van traumazorg vooral ligt op overleven. Terecht, maar volgens hem ook beperkt. “De eerste vraag is: overleeft iemand het? Maar daarna begint het pas. Hoe gaat het écht met iemand? Kan iemand straks weer werken, sporten of deelnemen aan het sociale leven?”. In zijn promotieonderzoek richtte Thymen zich op traumapatiënten met botbreuken en keek hij verder dan alleen het fysieke herstel. Hij onderzocht ook hoe patiënten functioneren op mentaal en sociaal vlak. En vooral: wat zij zelf nodig hebben om goed te herstellen.  

 

Wat patiënten missen in hun herstel

Een belangrijk onderdeel van zijn onderzoek was het ophalen van ervaringen van patiënten zelf. Daaruit kwam een duidelijk beeld naar voren. “Patiënten krijgen veel informatie, maar het grootste deel daarvan blijft niet hangen. Terwijl juist in de periode na een ongeval behoefte is aan duidelijke informatie en ondersteuning. Die behoefte gaat verder dan medische zorg alleen. Denk aan mentale ondersteuning, hulp bij terugkeer naar werk of omgaan met beperkingen in het dagelijks leven. Herstel is niet alleen fysiek. Het gaat ook over hoe je je voelt en wat je nog kunt in je leven.”

 

Slimmer meten wat ertoe doet

Om beter inzicht te krijgen in het herstelproces, werkte Thymen met behulp van slimme vragenlijsten zoals de PROMIS-CAT. Daarmee wordt gericht informatie opgehaald bij patiënten. “Niet iedereen krijgt dezelfde vragen. Het systeem past zich aan op basis van eerdere antwoorden. Zo stel je minder vragen en krijg je juist relevante informatie.” Die informatie helpt zorgverleners om beter te bepalen welke ondersteuning iemand nodig heeft en wanneer.

 

Herstel duurt langer dan we denken

Uit zijn onderzoek blijkt dat een deel van de traumapatiënten na een jaar nog niet terug is op het oude niveau. “Dat is iets wat we vaak onderschatten. We denken: de breuk is hersteld, dus iemand is weer beter. Maar zo werkt het niet.” Zijn belangrijkste conclusie is dan ook helder: een traumapatiënt is meer dan zijn of haar letsel. De inzichten uit het onderzoek blijven niet op papier staan. In het ziekenhuis bestaat de mogelijkheid om vragenlijsten in te bedden in het elektronisch patiëntendossier en daarmee direct inzicht te hebben in gegeven antwoorden. “Zo kunnen we eerder signaleren welke patiënten extra ondersteuning nodig hebben en hen hopelijk ook gerichter doorverwijzen.” Ook ziet Thymen kansen in technologie, zoals AI, om patiënten beter te volgen en ondersteunen in hun herstelproces.

 

Meer aandacht voor nazorg en lotgenoten

Een ander belangrijk inzicht uit het onderzoek is de behoefte aan ondersteuning buiten de medische zorg. Voor veel traumapatiënten ontbreekt een netwerk of platform. “In andere ziektebeelden zie je vaak patiëntenverenigingen. Voor traumapatiënten was dat er nauwelijks, terwijl die behoefte er wel is. Inmiddels is de Trauma Stichting opgericht die voorziet in die behoefte, bijvoorbeeld door het delen van ervaringen met lotgenoten en het bieden van praktische handvatten.”  

 

Promotie en toekomst

Op 7 mei verdedigt Thymen zijn proefschrift aan de Erasmus Universiteit in het bijzijn van familie, vrienden en collega's. Inmiddels is hij gestart als chirurg in opleiding. De inzichten uit zijn promotie neemt hij mee in de praktijk. “Als arts wil ik niet alleen een letsel of ziekte behandelen, maar kijken naar wat iemand écht nodig heeft om goed verder te kunnen.”